Informatie over het woord omdoen (Nederlands → Esperanto: ĉirkaŭmeti)

Uitspraak/ˈɔmdun/
Afbrekingom·doen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) doe om(ik) deed om
(jij) doet om(jij) deed om
(hij) doet om(hij) deed om
(wij) doen om(wij) deden om
(gij) doet om(gij) deedt om
(zij) doen om(zij) deden om
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) omdoe(dat ik) omdede
(dat jij) omdoe(dat jij) omdede
(dat hij) omdoe(dat hij) omdede
(dat wij) omdoen(dat wij) omdeden
(dat gij) omdoet(dat gij) omdedet
(dat zij) omdoen(dat zij) omdeden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
doe omdoet om
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
omdoend, omdoende(hebben) omgedaan

Voorbeelden van gebruik

De vrouw nam de bellen van hem aan, maar deed de bandelier niet om.

Vertalingen

Esperantoĉirkaŭmeti
Thaisใส่