Informatie over het woord hinniken (Nederlands → Esperanto: ĉevalbleki)

Uitspraak/ˈɦɪnəkə(n)/
Afbrekinghin·ni·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hinnik(ik) hinnikte
(jij) hinnikt(jij) hinnikte
(hij) hinnikt(hij) hinnikte
(wij) hinniken(wij) hinnikten
(gij) hinnikt(gij) hinniktet
(zij) hinniken(zij) hinnikten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) hinnike(dat ik) hinnikte
(dat jij) hinnike(dat jij) hinnikte
(dat hij) hinnike(dat hij) hinnikte
(dat wij) hinniken(dat wij) hinnikten
(dat gij) hinniket(dat gij) hinniktet
(dat zij) hinniken(dat zij) hinnikten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hinnikhinnikt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
hinnikend, hinnikende(hebben) gehinnikt

Vertalingen

Duitswiehern
Engelsneigh; whinny
Esperantoĉevalbleki; heni
Latijnhinnire
Spaansrelinchar
Tsjechischřehtat; zařehtat
Zweedsgnägga