Informo pri la vorto willen (nederlanda → esperanto: voli)

Vortspecoverbo
Prononco/ˈʋɪlə(n)/
Dividowil·len

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) wil(ik) wilde, wou
(jij) wil, wilt(jij) wilde, wou
(hij) wil(hij) wilde, wou
(wij) willen(wij) wilden
(gij) wilt(gij) wildet
(zij) willen(zij) wilden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) wille(dat ik) wilde
(dat jij) wille(dat jij) wilde
(dat hij) wille(dat hij) wilde
(dat wij) willen(dat wij) wilden
(dat gij) willet(dat gij) wildet
(dat zij) willen(dat zij) wilden
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
willend, willende(hebben) gewild

Uzekzemploj

Maar ik wilde hoger grijpen.
We willen ons geld!
Zie je wel dat je mijn schatten wilde hebben?
We wilden niet dat iemand hem pijn deed.
Ik wou dat er iets leuks gebeurde.
Je wilde dat iedereen wist waarom ik hier ben gekomen.
Weet je zeker dat je niet wilt praten?
Ik wil nu het naadje van de kous weten.
Bovendien wilde ik eerst gegeten hebben, voor het geval je me iets wou vertellen dat me de eetlust benemen zou.
Wat wil je daarmee zeggen?
Hij wilde aan de slag gaan en ik waarschuwde hem.
En nu wilt u er gaan wonen?
Alleen zou ik het op prijs stellen wanneer ge iets minder luidruchtig te werk wildet gaan.
Alleen wilde ik dat ik iemand zag!

Tradukoj

afrikansowil
albanadua
anglawant; will
angla (malnovangla)willan
ĉeĥachtít; přát si; žádat
danaville
esperantovoli
feroavilja
finnatahtoa
francaavoir à; vouloir
germanawollen
hispanaquerer
hungaraakar
islandavilja
italavolere
katalunavoler
malajamahu; mau
norvegaville
okcidenta frizonawolle
papiamentokiè; kier
polachcieć
portugalaquerer; ter vontade de
rumanadori
rusaзахотеть; хотеть
saterlanda frizonawolle
skota gaelaiarr
surinamawani
svahilo‐taka
svedavilja
tajaต้องการ; อยากจะ; อยาก; เอา