Informatie over het woord wissen (Nederlands → Esperanto: viŝi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) wis(ik) wiste
(jij) wist(jij) wiste
(hij) wist(hij) wiste
(wij) wissen(wij) wisten
(gij) wist(gij) wistet
(zij) wissen(zij) wisten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) wisse(dat ik) wiste
(dat jij) wisse(dat jij) wiste
(dat hij) wisse(dat hij) wiste
(dat wij) wissen(dat wij) wisten
(dat gij) wisset(dat gij) wistet
(dat zij) wissen(dat zij) wisten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
wiswist
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wissend, wissende(hebben) gewist

Vertalingen

Afrikaansafvee; afveeg; afwis; vee
Catalaanseixugar; esborrar; fregar; torcar
Duitswischen
Engelsclear; wipe; wipe off
Esperantoviŝi
Faeröersturka
Finspyyhkiä
Franseffacer; essuyer
Hawaiaansholoi; hoʻokāwele; kāwele
Jiddischווישן
Latijntergere
Luxemburgswëschen
Maleishapus; lap; menghapus
Noorstørke
Poolswycierać
Portugeesenxugar; limpar
Russischвытирать
Saterfrieswiskje
Spaansenjugar; fregar; limpiar; secar
Tsjechischutírat
Westerlauwers Friesôffeie; ôfwiskje; wiskje; feie