Informatie over het woord manspersoon (Nederlands → Esperanto: viro)

Uitspraak/ˈmɑnspərson/, /ˈmɑnspɛrson/
Afbrekingmans·per·soon
Woordsoortzelfstandig naamwoord

Vertalingen

Afrikaansman; manspersoon
Albaneesmashkull
Berbersargaz (ⴰⵔⴳⴰⵣ)
Catalaanshome; mascle
Deensmand
DuitsMann
Engelsmale; man
Engels (Oudengels)guma; mann; wer; ceorl; esne
Esperantoviro
Faeröersmannfólk; maður
Finsmies
Franshomme; mâle
Hawaiaanskāne
Hongaarsférfi
IJslandskarlmaður; maður
Italiaansuomo
Jiddischמאַן; מאַנצביל
Latijnvir
LuxemburgsMann
Maleisorang; laki‐laki; lelaki; pria
Noorsmann; kar
Papiamentshòmber
Poolsmąż; mężczyzna
Portugeeshomem; macho; varão
Roemeensbărbat; om
SaterfriesKäärel; Mon
Schots-Gaelischduine; fear
Spaanshombre; macho; varón
Srananman
Swahilimwanamume
Tagaloglalaki
Thaisชาย; ผู้ชาย; บุรุษ
Tsjechischmuž
Turksadam; erkek
Welsdyn
Westerlauwers Friesman
Zweedskarl; man