Informatie over het woord karren (Nederlands → Esperanto: veturi)

Uitspraak/ˈkɑrə(n)/
Afbrekingkar·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kar(ik) karde
(jij) kart(jij) karde
(hij) kart(hij) karde
(wij) karren(wij) karden
(gij) kart(gij) kardet
(zij) karren(zij) karden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) karre(dat ik) karde
(dat jij) karre(dat jij) karde
(dat hij) karre(dat hij) karde
(dat wij) karren(dat wij) karden
(dat gij) karret(dat gij) kardet
(dat zij) karren(dat zij) karden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
karkart
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
karrend, karrende(hebben/zijn) gekard

Vertalingen

Afrikaansry; vaar
Catalaansanar; circular; viatjar
Deensfare; køre
Duitsfahren
Engelsdrive
Esperantoveturi
Finsajaa
Fransaller; aller en véhicule; se déplacer
Hongaarsutazik
Italiaanscamminare
Jiddischפֿאָרן
Latijnvehere
Noorskjøre
Poolsjechać
Portugeesandar; ir; rodar; viajar
Saterfriesfiere; gunge
Spaansir; ir en vehículo
Turksgitmek
Westerlauwers Friesfarre; gean
Zweedsfara; åka