Informatie over het woord scheppen (Nederlands → Esperanto: verki)

Uitspraak/ˈsxɛpə(n)/
Afbrekingschep·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schep(ik) schiep
(jij) schept(jij) schiep
(hij) schept(hij) schiep
(wij) scheppen(wij) schiepen
(gij) schept(gij) schiept
(zij) scheppen(zij) schiepen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) scheppe(dat ik) schiepe
(dat jij) scheppe(dat jij) schiepe
(dat hij) scheppe(dat hij) schiepe
(dat wij) scheppen(dat wij) schiepen
(dat gij) scheppet(dat gij) schiepet
(dat zij) scheppen(dat zij) schiepen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schepschept
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
scheppend, scheppende(hebben) geschapen

Voorbeelden van gebruik

Het zegt u niets dat op deze plek heerlijke meesterwerken geschapen zijn.

Vertalingen

Afrikaansskep; skryf; skrywe
Catalaanscrear; produir
Duitsabfassen; verfassen
Engelscreate
Esperantoverki
Faeröersseta saman; skriva
Finslaatia
Franscomposer; écrire
Poolspisać; tworzyć dzieło
Portugeescompor; escrever
Roemeenscompune; crea; scrie
Saterfriesferfoatje; oufoatje; touhoopestaale
Spaansescribir
Westerlauwers Friesskeppe; meitsje
Zweedskomponera