Informo pri la vorto maken (nederlanda → esperanto: verki)

Vortspecoverbo
Prononco/ˈmakə(n)/
Dividoma·ken

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) maak(ik) maakte
(jij) maakt(jij) maakte
(hij) maakt(hij) maakte
(wij) maken(wij) maakten
(gij) maakt(gij) maaktet
(zij) maken(zij) maakten
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) make(dat ik) maakte
(dat jij) make(dat jij) maakte
(dat hij) make(dat hij) maakte
(dat wij) maken(dat wij) maakten
(dat gij) maket(dat gij) maaktet
(dat zij) maken(dat zij) maakten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
maakmaakt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
makend, makende(hebben) gemaakt

Tradukoj

afrikansoskep; skryf; skrywe
anglacompose; create
esperantoverki
feroaseta saman; skriva
finnalaatia
francacomposer; écrire
germanaabfassen; verfassen
hispanaescribir
katalunacrear; produir
okcidenta frizonaskeppe; meitsje
polapisać; tworzyć dzieło
portugalacompor; escrever
rumanacompune; crea; scrie
saterlanda frizonaferfoatje; oufoatje; touhoopestaale
svedakomponera