Informatie over het woord overwinning (Nederlands → Esperanto: venko)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ovərˈʋɪnɪŋ/
Afbrekingo·ver·win·ning
Geslachtvrouwelijk
Meervoudoverwinningen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
overwinninkjeoverwinninkjes

Voorbeelden van gebruik

Maar kijk nou eerst maar eens naar Kaa, aan wie wij de overwinning en jij je leven te danken hebt.
De hoop op de overwinning verdween.
Het besluit van Polen is een overwinning voor de demonstranten die al wekenlang tegen het verdrag demonstreren.

Vertalingen

Afrikaansoorwinning; sege
Albaneesfitore
Deenssejr
DuitsSieg
Engelsvictory
Esperantovenko
Faeröerssigur
Italiaansvittoria
Latijnadorea; adoria; victōria
Papiamentsviktoria
Poolszwycięstwo
Portugeesvencida; vitória
SaterfriesSiech
Spaansvictoria
Thaisซัย
Tsjechischvítězství
Westerlauwers Friesoerwinning
Zweedsseger