Informatie over het woord wegdoen (Nederlands → Esperanto: vendi)

Uitspraak/ˈʋɛɣdun/
Afbrekingweg·doen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) doe weg(ik) deed weg
(jij) doet weg(jij) deed weg
(hij) doet weg(hij) deed weg
(wij) doen weg(wij) deden weg
(gij) doet weg(gij) deedt weg
(zij) doen weg(zij) deden weg
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) wegdoe(dat ik) wegdede
(dat jij) wegdoe(dat jij) wegdede
(dat hij) wegdoe(dat hij) wegdede
(dat wij) wegdoen(dat wij) wegdeden
(dat gij) wegdoet(dat gij) wegdedet
(dat zij) wegdoen(dat zij) wegdeden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
doe wegdoet weg
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wegdoend, wegdoende(hebben) weggedaan

Vertalingen

Afrikaansverkoop
Catalaansvendre
Deenssælge
Duitsveräußern; verkaufen
Engelssell; vend
Esperantovendi
Faeröersselja
Finsmyydä
Fransvendre
Hongaarsárul; elad
IJslandsselja
Italiaansvendere
Latijnvendere
Luxemburgsverkafen
Maleismenjual
Noorsselge
Papiamentsbende
Poolssprzedawać
Portugeesceder; colocar; vender
Russischпродавать; продать
Saterfriesferhondelje; ferklopje; ferkoopje; ferschuurje; ferskuurje
Schots-Gaelischreic
Spaansvender
Srananseri
Swahili‐uza
Thaisขาย
Tsjechischprodat; prodávat; zaprodat
Turkssatmak
Westerlauwers Friesferkeapje
Zweedsavyttra; försälja; sälja