Informatie over het woord verhandelen (Nederlands → Esperanto: vendi)

Uitspraak/vərˈɦɑndələ(n)/
Afbrekingver·han·de·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verhandel(ik) verhandelde
(jij) verhandelt(jij) verhandelde
(hij) verhandelt(hij) verhandelde
(wij) verhandelen(wij) verhandelden
(gij) verhandelt(gij) verhandeldet
(zij) verhandelen(zij) verhandelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verhandele(dat ik) verhandelde
(dat jij) verhandele(dat jij) verhandelde
(dat hij) verhandele(dat hij) verhandelde
(dat wij) verhandelen(dat wij) verhandelden
(dat gij) verhandelet(dat gij) verhandeldet
(dat zij) verhandelen(dat zij) verhandelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verhandelverhandelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verhandelend, verhandelende(hebben) verhandeld

Voorbeelden van gebruik

De slaven werden verhandeld op een plaats die nu Asiento heet, en ook op de plantage Zuurzak.
Ze worden ook in gedroogde vorm verhandeld.

Vertalingen

Afrikaansverkoop
Catalaansvendre
Deenssælge
Duitsveräußern; verkaufen
Engelssell; vend
Esperantovendi
Faeröersselja
Finsmyydä
Fransvendre
Hongaarsárul; elad
IJslandsselja
Italiaansvendere
Latijnvendere
Luxemburgsverkafen
Maleismenjual
Noorsselge
Papiamentsbende
Poolssprzedawać
Portugeesceder; colocar; vender
Russischпродавать; продать
Saterfriesferhondelje; ferklopje; ferkoopje; ferschuurje; ferskuurje
Schots-Gaelischreic
Spaansvender
Srananseri
Swahili‐uza
Thaisขาย
Tsjechischprodat; prodávat; zaprodat
Turkssatmak
Westerlauwers Friesferkeapje
Zweedsavyttra; försälja; sälja