Informatie over het woord aanbrengen (Nederlands → Esperanto: varbi)

Uitspraak/ˈambrɛŋə(n)/
Afbrekingaan·bren·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) breng aan(ik) bracht aan
(jij) brengt aan(jij) bracht aan
(hij) brengt aan(hij) bracht aan
(wij) brengen aan(wij) brachten aan
(gij) brengt aan(gij) bracht aan
(zij) brengen aan(zij) brachten aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanbrenge(dat ik) aanbrachte
(dat jij) aanbrenge(dat jij) aanbrachte
(dat hij) aanbrenge(dat hij) aanbrachte
(dat wij) aanbrengen(dat wij) aanbrachten
(dat gij) aanbrenget(dat gij) aanbrachtet
(dat zij) aanbrengen(dat zij) aanbrachten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
breng aanbrengt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanbrengend, aanbrengende(hebben) aangebracht

Vertalingen

Catalaansallistar; fer prosèlits; reclutar
Duitsanwerben; werben
Engelsrecruit
Esperantovarbi
Faeröersútvega; vega
Finsvärvätä
Fransenrôler; gagner; recruter; s’adjoindre des aides
Italiaansarruolare; ingaggiare
Portugeesaliciar; alistar; angariar; engajar; recrutar
Russischвербовать
Saterfriesanwierwe; wierwe
Spaansalistar; hacer prosélitos; reclutar
Tsjechischverbovat
Westerlauwers Friesoanbringe