Informatie over het woord befall (Engels → Esperanto: trafi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(he) befalls, befalleth(he) befell
(they) befall(they) befell
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(he) befall(he) befell
(they) befall(they) befell
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
befallingbefell

Vertalingen

Afrikaansraak; tref; teister
Catalaanscaure; encertar; endevinar; ensopegar
Duitstreffen
Esperantotrafi
Faeröersraka; ráma
Fransatteindre; frapper; parvenir; saisir
Italiaanscolpire
Maleismemukul; pukul
Nederlandstreffen
Papiamentsraka
Poolstrafić
Portugeesacertar; atingir; dar no alvo
Russischбить; ударить
Saterfriesmäite; roakje; träffe
Spaansacertar; dar con; dar en
Tsjechischtrefit; zasáhnout
Westerlauwers Friestreffe