Informatie over het woord waren (Nederlands → Esperanto: vagi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) waar(ik) waarde
(jij) waart(jij) waarde
(hij) waart(hij) waarde
(wij) waren(wij) waarden
(gij) waart(gij) waardet
(zij) waren(zij) waarden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) ware(dat ik) waarde
(dat jij) ware(dat jij) waarde
(dat hij) ware(dat hij) waarde
(dat wij) waren(dat wij) waarden
(dat gij) waret(dat gij) waardet
(dat zij) waren(dat zij) waarden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
waarwaart
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
warend, warende(hebben) gewaard

Vertalingen

Afrikaansswerf
Catalaansvagar
Deensstrejfe om
Duitsbummeln; herumschweifen; irren; streifen; umherstreifen; vagieren; umherziehen; umherwandern; umherirren; sich umhertreiben; strolchen
Engelsroam; stray; wander; rove
Esperantovagi
Faeröersfjakka
Finsvaeltaa
Franserrer; rôder; vaguer
Latijnvagari
Poolswłóczyć się
Portugeeserrar; perambular; vadiar; vagabundear; vagar
Russischблуждать; бродить
Saterfriesbummelje; daidelje; dweele; gängelje; klüngelje
Spaanserrar; vagabundear; vagar
Westerlauwers Friesdoale; doarmje; dwale; swalkje; swerve
Zweedsirra