Informatie over het woord Bau (Luxemburgs → Esperanto: konstruo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
MeervoudBauten

Voorbeelden van gebruik

Den 12. Dezember 1977 hätt de Regierungsconseil d’Autorisatioun fir de Bau solle ginn, mä dozou koum et net.

Vertalingen

Afrikaansbou; konstruksie; gebou
Deensanlæg; konstruktion
DuitsBau; Erbauung; Aufbau; Bauwerk; Gebäude
Engelsbuilding; construction
Esperantokonstruo
Fransbâtiment; construction
Italiaanscostruzione
Nederlandsbouw; constructie; gebouw; aanleg; opbouw
Papiamentskonstrukshon
Spaansconstrucción
Westerlauwers Friesbou
Zweedsbyggnad