Informatie over het woord huilen (Nederlands → Esperanto: ululi)

Uitspraak/ˈɦœʏ̯lə(n)/
Afbrekinghui·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) huil(ik) huilde
(jij) huilt(jij) huilde
(hij) huilt(hij) huilde
(wij) huilen(wij) huilden
(gij) huilt(gij) huildet
(zij) huilen(zij) huilden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) huile(dat ik) huilde
(dat jij) huile(dat jij) huilde
(dat hij) huile(dat hij) huilde
(dat wij) huilen(dat wij) huilden
(dat gij) huilet(dat gij) huildet
(dat zij) huilen(dat zij) huilden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
huilhuilt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
huilend, huilende(hebben) gehuil

Voorbeelden van gebruik

De roodhuiden huilden en gilden beledigingen waarna zij weer in hun schuilplaatsen wegdoken.
Hij hoorde buiten de wind huilen.

Vertalingen

Engelshowl; wail; yowl
Esperantoululi
Faeröerstúta; ýla
Portugeesuivar; ulular
Spaansaullar; ulular
Westerlauwers Friesroppe