Information about the word vernemen (Dutch → Esperanto: aŭdi)

Pronunciation/vərˈnemə(n)/
Hyphenationver·ne·men
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) verneem(ik) vernam
(jij) verneemt(jij) vernam
(hij) verneemt(hij) vernam
(wij) vernemen(wij) vernamen
(gij) verneemt(gij) vernaamt
(zij) vernemen(zij) vernamen
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) verneme(dat ik) vername
(dat jij) verneme(dat jij) vername
(dat hij) verneme(dat hij) vername
(dat wij) vernemen(dat wij) vernamen
(dat gij) vernemet(dat gij) vernamet
(dat zij) vernemen(dat zij) vernamen
Participles
Present participlePast participle
vernemend, vernemende(hebben) vernomen

Usage samples

Veel vernam hij echter niet meer.
Dan kunt u vernemen wat er waar is en wat slechts op loze gissingen berust.
Doch dit was het laatste wat men ooit van hen vernomen heeft.

Translations

sel (ⵙⴻⵍ)
Afrikaanshoor
Albaniandëgjoj
Catalanassabentar‐se de; exaudir; oir; sentir
Czechslyšet
Danishafhøre; høre
Englishhear
English (Old English)hyran
Esperantoaŭdi
Faeroesehoyra
Finnishkuulla
Frenchentendre
Germananhören; erfahren; Gehör schenken; hören; mitgeteilt bekommen; sagen hören; verstehen; zu Ohren kommen
Greek (Old Greek)αἰσθάνομαι; ἀκούω
Hungarianhall
Icelandicheyra
Italianudire
Latinaudire
Luxemburgishhéieren
Malaydengar; mendengar
Norwegianhøre
Papiamentotende
Polishsłyszeć
Portugueseouvir; ouvir dizer
Romanianauzi
Russianслышать
Saterland Frisianfernieme; heere
Scottish Gaeliccluinn
Spanishoír
Srananyere
Swahili‐sikia
Swedishhöra
Thaiได้ยิน
Turkishduymak; işitmek
West Frisianhearre
Yiddishהערן