Informatie over het woord doek (Nederlands → Esperanto: tuko)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/duk/
Afbrekingdoek
Geslachtmanlijk
Meervouddoeken

Vertalingen

Catalaansdrap; llenç; tela
DuitsTuch
Engelscloth
Esperantotuko
Faeröersdúkur; turriklæði
Finsliina
Franslinge
Portugeespano
SaterfriesDouk
Spaanslienzo; paño; trapo; trozo
Swahilikitambaa; nguo
Turksbez; kumaş