Informatie over het woord bevinden (Nederlands → Esperanto: trovi)

Uitspraak/bəˈvɪndə(n)/
Afbrekingbe·vin·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bevind(ik) bevond
(jij) bevindt(jij) bevond
(hij) bevindt(hij) bevond
(wij) bevinden(wij) bevonden
(gij) bevindt(gij) bevondt
(zij) bevinden(zij) bevonden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bevinde(dat ik) bevonde
(dat jij) bevinde(dat jij) bevonde
(dat hij) bevinde(dat hij) bevonde
(dat wij) bevinden(dat wij) bevonden
(dat gij) bevindet(dat gij) bevondet
(dat zij) bevinden(dat zij) bevonden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bevindend, bevindende(hebben) bevonden

Voorbeelden van gebruik

Mocht u bij uw terugkeer niet alles in orde bevinden, zoek dan Rubdan Ulshaziz op en eis verantwoording.
Zij werden goed bevonden en de goederen veranderden van eigenaar.

Vertalingen

Afrikaansvind; aantref
Albaneesgjej
Catalaanstrobar
Deensfinde
Duitsbefinden; ermitteln; finden
Engelsfind
Engels (Oudengels)findan; gemetan; metan
Esperantotrovi
Faeröersfinna
Finslöytää
Franstrouver
Hongaarstalál
IJslandsfinna
Italiaanstrovare
Latijnreperire
Luxemburgsfannen
Noorsfinne
Papiamentshaña; haya
Poolsznaleźć
Portugeesachar; asceitar; deparar; encontrar
Roemeensgăsi
Russischнайти; находить
Saterfriesanträffe; befiende; fiende; träffe
Schots-Gaelischfaigh
Spaansencontrar; hallar
Srananfeni
Tsjechischnacházet; najít; nalézat; nalézt; shledat
Turksbulmak
Westerlauwers Friesfine
Zweedsfinna; hitta; upphitta