Informatie over het woord cause (Engels → Esperanto: kaŭzi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/kɔːz/
Afbrekingcause
Shaw‐alfabet𐑒𐑷𐑟

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) cause(I) caused
(thou) causest(thou) causedst
(he) causes, causeth(he) caused
(we) cause(we) caused
(you) cause(you) caused
(they) cause(they) caused
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) cause (I) caused
(thou) cause(thou) caused
(he) cause(he) caused
(we) cause(we) caused
(you) cause(you) caused
(they) cause(they) caused
Gebiedende wijs
cause
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
causingcaused

Voorbeelden van gebruik

Still, to look would cause no harm.
The eruption caused dust clouds and haze to appear over most of Europe and parts of Asia and Africa for several months afterward.

Vertalingen

Afrikaansaandoen; berokken; veroorsaak
Catalaanscausar
Duitsbereiten; bewirken; veranlassen; verursachen; zufügen
Engels (Oudengels)gedon
Esperantokaŭzi
Faeröersgera; orsaka
Franscauser; déterminer; entraîner des conséquences; procurer
IJslandsorsaka
Italiaanscausare
Maleismembangkitkan
Nederlandsaandoen; aanrichten; berokkenen; veroorzaken; ten gevolge hebben; zorgen voor
Papiamentskousa
Poolspowodować; sprawiać
Portugeescausar
Russischвозбуждать
Saterfriesandwo; bewierkje; feranlasje; feruurseekje; touföigje
Spaanscausar
Swahili‐tia
Thaisให้
Westerlauwers Friesferoarsaakje; oandeare
Zweedsföranleda; förorsaka; orsaka