Informatie over het woord drinktrog (Nederlands → Esperanto: trogo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈdrɪŋktrɔx/
Afbrekingdrink·trog
Geslachtmanlijk
Meervouddrinktroggen

Vertalingen

Afrikaanstrog
DuitsMulde; Trog
Engelsmanger; trough
Esperantotrogo
Faeröerskrubba; trog
Fransauge
Portugeescocho; gamela; tina
SaterfriesMolle; Troach
Spaansartesa; cangilón; cuezo; gamella