Informatie over het woord voorttrekken (Nederlands → Esperanto: treni)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) trek voort(ik) trok voort
(jij) trekt voort(jij) trok voort
(hij) trekt voort(hij) trok voort
(wij) trekken voort(wij) trokken voort
(gij) trekt voort(gij) trokt voort
(zij) trekken voort(zij) trokken voort
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) voorttrekke(dat ik) voorttrokke
(dat jij) voorttrekke(dat jij) voorttrokke
(dat hij) voorttrekke(dat hij) voorttrokke
(dat wij) voorttrekken(dat wij) voorttrokken
(dat gij) voorttrekket(dat gij) voorttrokket
(dat zij) voorttrekken(dat zij) voorttrokken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
trek voorttrekt voort
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
voorttrekkend, voorttrekkende(hebben) voortgetrokken

Vertalingen

Afrikaanssleep
Catalaansarrossegar; estirar; remolcar; tirar
Duitsnachschleppen; schleppen
Engelsdrag; drag along; pull; tow; trail
Esperantotreni
Faeröersdraga; hála; sleipa
Finslaahata
Franstraîner
Portugeesarrastar; levar de rastos; puxar
Saterfriesättersliepje; sliepje; slurje
Spaansarrastrar; atoar; remolcar
Tsjechischtáhnout; vléci