Informatie over het woord kopen (Nederlands → Esperanto: aĉeti)

Uitspraak/ˈkopə(n)/
Afbrekingko·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) koop(ik) kocht
(jij) koopt(jij) kocht
(hij) koopt(hij) kocht
(wij) kopen(wij) kochten
(gij) koopt(gij) kocht
(zij) kopen(zij) kochten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) kope(dat ik) kochte
(dat jij) kope(dat jij) kochte
(dat hij) kope(dat hij) kochte
(dat wij) kopen(dat wij) kochten
(dat gij) kopet(dat gij) kochtet
(dat zij) kopen(dat zij) kochten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
koopkoopt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
kopend, kopende(hebben) gekocht

Voorbeelden van gebruik

Ik heb een tuinkabouter gekocht.
Welke halters moet ik kopen?
Ik wil hier een huis kopen.

Vertalingen

Afrikaansaankoop; aanskaf; koop
Catalaanscomprar
Deenskøbe
Duitsabkaufen; einkaufen; kaufen; sich kaufen
Engelsbuy; purchase
Engels (Oudengels)bycgan; ceapian
Esperantoaĉeti; forkomerci
Faeröerskeypa
Finsostaa
Fransacheter; acquérir
Grieksαγοράξω
Hongaarsvásárol; vesz
IJslandskaupa
Italiaanscomperare; comprare
Latijnemere
Luxemburgskafen
Maleisbeli; membeli
Noorskjøpe
Papiamentskumpra
Poolskupić
Portugeescomprar
Roemeenscumpăra
Russischкупить; покупать
Saterfrieskoopje; sik koopje
Schots-Gaelischceannaich
Spaanscomprar; procurarse
Srananbay
Swahili‐nunua
Thaisซื้อ
Tsjechischkoupiti
Turksalmak; satın almak
Westerlauwers Friesoanhannelje; oankeapje; oanriede; oantuge; keapje
Zweedsanskaffa; köpa