Informatie over het woord afnemen (Nederlands → Esperanto: aĉeti)

Uitspraak/ˈɑfnemə(n)/
Afbrekingaf·ne·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) neem af(ik) nam af
(jij) neemt af(jij) nam af
(hij) neemt af(hij) nam af
(wij) nemen af(wij) namen af
(gij) neemt af(gij) naamt af
(zij) nemen af(zij) namen af
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) afneme(dat ik) afname
(dat jij) afneme(dat jij) afname
(dat hij) afneme(dat hij) afname
(dat wij) afnemen(dat wij) afnamen
(dat gij) afnemet(dat gij) afnamet
(dat zij) afnemen(dat zij) afnamen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neem afneemt af
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
afnemend, afnemende(hebben) afgenomen

Vertalingen

Afrikaansaankoop; aanskaf; koop
Catalaanscomprar
Deenskøbe
Duitsabkaufen; einkaufen; kaufen; sich kaufen
Engelsbuy
Engels (Oudengels)bycgan; ceapian
Esperantoaĉeti; forkomerci
Faeröerskeypa
Finsostaa
Fransacheter; acquérir
Grieksαγοράξω
Hongaarsvásárol; vesz
IJslandskaupa
Italiaanscomperare; comprare
Latijnemere
Luxemburgskafen
Maleisbeli; membeli
Noorskjøpe
Papiamentskumpra
Poolskupić
Portugeescomprar
Roemeenscumpăra
Russischкупить; покупать
Saterfrieskoopje; sik koopje
Schots-Gaelischceannaich
Spaanscomprar; procurarse
Srananbay
Swahili‐nunua
Thaisซื้อ
Tsjechischkoupiti
Turksalmak; satın almak
Westerlauwers Friesoanhannelje; oankeapje; oanriede; oantuge; keapje
Zweedsanskaffa; köpa