Informatie over het woord snerpen (Nederlands → Esperanto: tranĉi)

Uitspraak/ˈsnɛrpə(n)/
Afbrekingsner·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) snerpt(hij) snerpte
(zij) snerpen(zij) snerpten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) snerpe(dat hij) snerpte
(dat zij) snerpen(dat zij) snerpten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
snerpend, snerpende(hebben) gesnerpt

Voorbeelden van gebruik

Een snerpende wind wervelde tussen de rotsblokken.

Vertalingen

Esperantotranĉi