Informatie over het woord verplaatsen (Nederlands → Esperanto: translacii)

Uitspraak/vərˈplatsə(n)/
Afbrekingver·plaat·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verplaats(ik) verplaatste
(jij) verplaatst(jij) verplaatste
(hij) verplaatst(hij) verplaatste
(wij) verplaatsen(wij) verplaatsten
(gij) verplaatst(gij) verplaatstet
(zij) verplaatsen(zij) verplaatsten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verplaatse(dat ik) verplaatste
(dat jij) verplaatse(dat jij) verplaatste
(dat hij) verplaatse(dat hij) verplaatste
(dat wij) verplaatsen(dat wij) verplaatsten
(dat gij) verplaatset(dat gij) verplaatstet
(dat zij) verplaatsen(dat zij) verplaatsten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verplaatsverplaatst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verplaatsend, verplaatsende(hebben) verplaatst

Voorbeelden van gebruik

Een voorwerp wordt over een afstand van 5 m verplaatst, waarvoor een kracht nodig is van 1000 N.

Vertalingen

Esperantotranslacii
Portugeestransladar; trasladar