Information about the word overbrengen (Dutch → Esperanto: transdoni)

Pronunciation/ˈovərbrɛŋə(n)/
Hyphenationo·ver·bren·gen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) breng over(ik) bracht over
(jij) brengt over(jij) bracht over
(hij) brengt over(hij) bracht over
(wij) brengen over(wij) brachten over
(gij) brengt over(gij) bracht over
(zij) brengen over(zij) brachten over
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) overbrenge(dat ik) overbrachte
(dat jij) overbrenge(dat jij) overbrachte
(dat hij) overbrenge(dat hij) overbrachte
(dat wij) overbrengen(dat wij) overbrachten
(dat gij) overbrenget(dat gij) overbrachtet
(dat zij) overbrengen(dat zij) overbrachten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
breng overbrengt over
Participles
Present participlePast participle
overbrengend, overbrengende(hebben) overgebracht

Usage samples

Ik ga nu, maar alleen omdat ik mijn boodschap heb overgebracht, en ik hoop dat jullie die ernstig zullen nemen.

Translations

Afrikaansinlewer; oordra
Englishconvey; deliver; transfer; transmit
Esperantotransdoni
Germanangeben; aushändigen; einhändigen; herreichen; übergeben; überliefern; überreichen
Polishprzekazać
Portuguesealienar; transmitir
Saterland Frisiananreeke; häärreeke; uurlääwerje
Spanishalargar; transferir
West Frisianoanlangje; oanrikke; ôfdrage; ôfjaan