Informatie over het woord mishandelen (Nederlands → Esperanto: trakti malbone)

Uitspraak/mɪsˈɦɑndələ(n)/
Afbrekingmis·han·de·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) mishandel(ik) mishandelde
(jij) mishandelt(jij) mishandelde
(hij) mishandelt(hij) mishandelde
(wij) mishandelen(wij) mishandelden
(gij) mishandelt(gij) mishandeldet
(zij) mishandelen(zij) mishandelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) mishandele(dat ik) mishandelde
(dat jij) mishandele(dat jij) mishandelde
(dat hij) mishandele(dat hij) mishandelde
(dat wij) mishandelen(dat wij) mishandelden
(dat gij) mishandelet(dat gij) mishandeldet
(dat zij) mishandelen(dat zij) mishandelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
mishandelmishandelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
mishandelend, mishandelende(hebben) mishandeld

Vertalingen

Engelsabuse
Esperantotrakti malbone
Fransmaltraiter