Informatie over het woord schutten (Nederlands → Esperanto: trakluzigi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schut(ik) schutte
(jij) schut(jij) schutte
(hij) schut(hij) schutte
(wij) schutten(wij) schutten
(gij) schut(gij) schuttet
(zij) schutten(zij) schutten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) schutte(dat ik) schutte
(dat jij) schutte(dat jij) schutte
(dat hij) schutte(dat hij) schutte
(dat wij) schutten(dat wij) schutten
(dat gij) schuttet(dat gij) schuttet
(dat zij) schutten(dat zij) schutten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schutschut
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
schuttend, schuttende(hebben) geschut

Vertalingen

Esperantotrakluzigi