Informasie oor die woord teisteren (Nederlands → Esperanto: trafi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈtɛɪ̯stərə(n)/
Afbrekingteis·te·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) teister(ik) teisterde
(jij) teistert(jij) teisterde
(hij) teistert(hij) teisterde
(wij) teisteren(wij) teisterden
(gij) teistert(gij) teisterdet
(zij) teisteren(zij) teisterden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) teistere(dat ik) teisterde
(dat jij) teistere(dat jij) teisterde
(dat hij) teistere(dat hij) teisterde
(dat wij) teisteren(dat wij) teisterden
(dat gij) teisteret(dat gij) teisterdet
(dat zij) teisteren(dat zij) teisterden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
teisterteistert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
teisterend, teisterende(hebben) geteisterd

Voorbeelde van gebruik

Zware sneeuw heeft dinsdag het noorden van Spanje en Portugal geteisterd.
De krachtige taifoen Haiyan die de afgelopen twee dagen de Filipijnen teisterde, heeft aan meer dan honderd mensen het leven gekost.

Vertalinge

Afrikaansraak; tref; teister
Duitstreffen
Engelsravage
Esperantotrafi
Faroëesraka; ráma
Fransatteindre; frapper; parvenir; saisir
Italiaanscolpire
Katalaanscaure; encertar; endevinar; ensopegar
Maleismemukul; pukul
Papiamentsraka
Poolstrafić
Portugeesacertar; atingir; dar no alvo
Russiesбить; ударить
Saterfriesmäite; roakje; träffe
Spaansacertar; dar con; dar en
Tsjeggiestrefit; zasáhnout
Wes‐Friestreffe