Informatie over het woord inslaan (Nederlands → Esperanto: trafi)

Uitspraak/ˈɪnslan/
Afbrekingin·slaan
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) sla in(ik) sloeg in
(jij) slaat in(jij) sloeg in
(hij) slaat in(hij) sloeg in
(wij) slaan in(wij) sloegen in
(gij) slaat in(gij) sloegt in
(zij) slaan in(zij) sloegen in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) insla(dat ik) insloege
(dat jij) insla(dat jij) insloege
(dat hij) insla(dat hij) insloege
(dat wij) inslaan(dat wij) insloegen
(dat gij) inslaat(dat gij) insloeget
(dat zij) inslaan(dat zij) insloegen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
inslaand, inslaande(zijn) ingeslagen

Voorbeelden van gebruik

Ook in de regio Utrecht sloeg de bliksem verschillende keren in.

Vertalingen

Afrikaansraak; tref; teister
Catalaanscaure; encertar; endevinar; ensopegar
Duitstreffen
Engelsstrike
Esperantotrafi
Faeröersraka; ráma
Fransatteindre; frapper; parvenir; saisir
Italiaanscolpire
Maleismemukul; pukul
Papiamentsraka
Poolstrafić
Portugeesacertar; atingir; dar no alvo
Russischбить; ударить
Saterfriesmäite; roakje; träffe
Spaansacertar; dar con; dar en
Tsjechischtrefit; zasáhnout
Westerlauwers Friestreffe