Informatie over het woord knippen (Nederlands → Esperanto: tondi)

Uitspraak/ˈknɪpə(n)/
Afbrekingknip·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) knip(ik) knipte
(jij) knipt(jij) knipte
(hij) knipt(hij) knipte
(wij) knippen(wij) knipten
(gij) knipt(gij) kniptet
(zij) knippen(zij) knipten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) knippe(dat ik) knipte
(dat jij) knippe(dat jij) knipte
(dat hij) knippe(dat hij) knipte
(dat wij) knippen(dat wij) knipten
(dat gij) knippet(dat gij) kniptet
(dat zij) knippen(dat zij) knipten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
knipknipt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
knippend, knippende(hebben) geknipt

Voorbeelden van gebruik

Binnen drie minuten was er een opening in het draad geknipt.
De edelman was bezig zijn haag te knippen, een bezigheid die hem vooral in de herfst veel genoegen verschafte.
Het gras onder hun voeten was vlak en kort, alsof het was gemaaid of geknipt.

Vertalingen

Afrikaanssny
Catalaanstallar
Deensklippe
Duitsabscheren; abschneiden; scheren; schneiden
Engelsclip; cut; shear
Esperantotondi
Faeröersklippa
Finsleikata
Franscouper avec des ciseaux; découper; tondre
Noorsklippe
Papiamentskòrta
Poolsstrzyc
Portugeescortar; depenar; desbastar; espoliar; podar; tosar; tosquiar
Saterfriesouschääre; ouskääre; ousniede; schääre; skääre; sniede
Spaanscortar; esquilar