Informo pri la vorto verschrikken (nederlanda → esperanto: timigi)

Prononco/vərˈsxrɪkə(n)/
Dividover·schrik·ken
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) verschrik(ik) verschrikte
(jij) verschrikt(jij) verschrikte
(hij) verschrikt(hij) verschrikte
(wij) verschrikken(wij) verschrikten
(gij) verschrikt(gij) verschriktet
(zij) verschrikken(zij) verschrikten
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) verschrikke(dat ik) verschrikte
(dat jij) verschrikke(dat jij) verschrikte
(dat hij) verschrikke(dat hij) verschrikte
(dat wij) verschrikken(dat wij) verschrikten
(dat gij) verschrikket(dat gij) verschriktet
(dat zij) verschrikken(dat zij) verschrikten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
verschrikverschrikt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
verschrikkend, verschrikkende(hebben) verschrikt

Uzekzemploj

De aanblik van het verwaarloosde gebouw verschrikte ook hem, en hij was blij dat hij de trouwe bediende bij de stoep aantrof.

Tradukoj

anglaaffright; frighten; scare
angla (malnovangla)afæran
danaforskrække
esperantotimigi
feroaræða
francaredouter
germanaabschrecken; ängstigen; einschüchtern; verscheuchen
portugalaamedrontar
rumanasperia
saterlanda frizonaferfiere; ouschräkke; ouskräkke