Informatie over het woord waarderen (Nederlands → Esperanto: taksi)

Uitspraak/ʋaːrˈdeːrə(n)/
Afbrekingwaar·de·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) waardeer(ik) waardeerde
(jij) waardeert(jij) waardeerde
(hij) waardeert(hij) waardeerde
(wij) waarderen(wij) waardeerden
(gij) waardeert(gij) waardeerdet
(zij) waarderen(zij) waardeerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) waardere(dat ik) waardeerde
(dat jij) waardere(dat jij) waardeerde
(dat hij) waardere(dat hij) waardeerde
(dat wij) waarderen(dat wij) waardeerden
(dat gij) waarderet(dat gij) waardeerdet
(dat zij) waarderen(dat zij) waardeerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
waardeerwaardeert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
waarderend, waarderende(hebben) gewaardeerd

Vertalingen

Afrikaansbegroot; skat; raam
Catalaansapreciar; avaluar; prear; taxar
Deensbedømme; vurdere
Duitsabschätzen; bewerten; einschätzen; schätzen
Engelsappraise; rate; value
Esperantotaksi
Faeröersmeta
Finsarvioida
Fransapprécier; estimer; évaluer; taxer
Italiaansapprezzare; stimare; valutare
Latijnaestimare; appretiare; censere; taxare
Maleismenaksir; taksir
Papiamentsbalorá; balotá; baluá; kalkulá; taksa; takser
Poolsoceniać
Portugeesajuizar; apreçar; apreciar; avaliar; estimar; orçar; taxar
Roemeensaprecia; evalua
Saterfriesbeweertje; ienschätsje; ienskätsje; ouschätsje; ouschätsje; ouskätsje; schätsje; skätsje
Spaansapreciar; estimar; evaluar; tasar
Thaisหมาย; ประมาณ; เดา
Tsjechischcenit; hodnotit; odhadnout; odhadovat; ocenit; oceňovat
Westerlauwers Friesrûze; skatte
Zweedsberäkna; taxera; uppskatta; värdera