Informatie over het woord schatten (Nederlands → Esperanto: taksi)

Uitspraak/ˈsxɑtə(n)/
Afbrekingschat·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schat(ik) schatte
(jij) schat(jij) schatte
(hij) schat(hij) schatte
(wij) schatten(wij) schatten
(gij) schat(gij) schattet
(zij) schatten(zij) schatten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) schatte(dat ik) schatte
(dat jij) schatte(dat jij) schatte
(dat hij) schatte(dat hij) schatte
(dat wij) schatten(dat wij) schatten
(dat gij) schattet(dat gij) schattet
(dat zij) schatten(dat zij) schatten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schatschat
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
schattend, schattende(hebben) geschat

Voorbeelden van gebruik

Later maakte Sam me wakker, naar ik schatte kort na middernacht.
Hij liep voort, geen behoefte voelend aan voedsel of water, en zijn pas was ongewoon krachtig, maar hij had de afstand toch verkeerd geschat, en de zon begon al onder te gaan, terwijl hij zijn tocht nog niet had volbracht.
Ik schat hem een jaar of vijfenveertig oud.

Vertalingen

Afrikaansbegroot; skat; raam
Catalaansapreciar; avaluar; prear; taxar
Deensbedømme; vurdere
Duitsabschätzen; bewerten; einschätzen; schätzen
Engelsappraise; assess; estimate; gauge; judge; rate; value
Esperantotaksi
Faeröersmeta
Finsarvioida
Fransapprécier; estimer; évaluer; taxer
Italiaansapprezzare; stimare; valutare
Latijnaestimare; appretiare; censere; taxare
Maleismenaksir; taksir
Papiamentsbalorá; balotá; baluá; kalkulá; taksa; takser
Poolsoceniać
Portugeesajuizar; apreçar; apreciar; avaliar; estimar; orçar; taxar
Roemeensaprecia; evalua
Saterfriesbeweertje; ienschätsje; ienskätsje; ouschätsje; ouschätsje; ouskätsje; schätsje; skätsje
Spaansapreciar; estimar; evaluar; tasar
Thaisหมาย; ประมาณ; เดา
Tsjechischcenit; hodnotit; odhadnout; odhadovat; ocenit; oceňovat
Westerlauwers Friesrûze; skatte
Zweedsberäkna; taxera; uppskatta; värdera