Informatie over het woord begroten (Nederlands → Esperanto: taksi)

Uitspraak/bəˈɣrotə(n)/
Afbrekingbe·gro·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) begroot(ik) begrootte
(jij) begroot(jij) begrootte
(hij) begroot(hij) begrootte
(wij) begroten(wij) begrootten
(gij) begroot(gij) begroottet
(zij) begroten(zij) begrootten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) begrote(dat ik) begrootte
(dat jij) begrote(dat jij) begrootte
(dat hij) begrote(dat hij) begrootte
(dat wij) begroten(dat wij) begrootten
(dat gij) begrotet(dat gij) begroottet
(dat zij) begroten(dat zij) begrootten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
begrootbegroot
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
begrotend, begrotende(hebben) begroot

Vertalingen

Afrikaansbegroot; skat; raam
Catalaansapreciar; avaluar; prear; taxar
Deensbedømme; vurdere
Duitsabschätzen; bewerten; einschätzen; schätzen
Engelsestimate
Esperantotaksi
Faeröersmeta
Finsarvioida
Fransapprécier; estimer; évaluer; taxer
Italiaansapprezzare; stimare; valutare
Latijnaestimare; appretiare; censere; taxare
Maleismenaksir; taksir
Papiamentsbalorá; balotá; baluá; kalkulá; taksa; takser
Poolsoceniać
Portugeesajuizar; apreçar; apreciar; avaliar; estimar; orçar; taxar
Roemeensaprecia; evalua
Saterfriesbeweertje; ienschätsje; ienskätsje; ouschätsje; ouschätsje; ouskätsje; schätsje; skätsje
Spaansapreciar; estimar; evaluar; tasar
Thaisหมาย; ประมาณ; เดา
Tsjechischcenit; hodnotit; odhadnout; odhadovat; ocenit; oceňovat
Westerlauwers Friesrûze; skatte
Zweedsberäkna; taxera; uppskatta; värdera