Informatie over het woord windsurfen (Nederlands → Esperanto: tabulveli)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) windsurf(ik) windsurfte
(jij) windsurft(jij) windsurfte
(hij) windsurft(hij) windsurfte
(wij) windsurfen(wij) windsurften
(gij) windsurft(gij) windsurftet
(zij) windsurfen(zij) windsurften
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) windsurfe(dat ik) windsurfte
(dat jij) windsurfe(dat jij) windsurfte
(dat hij) windsurfe(dat hij) windsurfte
(dat wij) windsurfen(dat wij) windsurften
(dat gij) windsurfet(dat gij) windsurftet
(dat zij) windsurfen(dat zij) windsurften
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
windsurfwindsurft
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
windsurfend, windsurfende(hebben) gewindsurft

Vertalingen

Esperantotabulveli