Informatie over het woord bite (Engels → Esperanto: piki)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/baɪt/
Afbrekingbite

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) bite(I) bit
(thou) bitest(thou) bitst, bittest
(he) bites, biteth(he) bit
(we) bite(we) bit
(you) bite(you) bit
(they) bite(they) bit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) bite (I) bit
(thou) bite(thou) bit
(he) bite(he) bit
(we) bite(we) bit
(you) bite(you) bit
(they) bite(they) bit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bitingbitten

Vertalingen

Afrikaanssteek
Albaneesthumboj
Catalaanspicar
Deensstikke
Duitsstechen
Esperantopiki
Faeröersprika
Finspistää
Franspiquer
Italiaanspungere
Jiddischשטעכן
Latijnpungere
Luxemburgsstiechen
Maleismenusuk; tikam; tusuk
Nederlandspikken; priemen; prikken; steken
Noorsstikke
Portugeespicar
Russischкольнуть
Saterfriesprikje; steete; stichelje; stikje; stöäkelje
Spaanspicar
Sranandyuku
Westerlauwers Friesstekke
Zweedssticka