Informatie over het woord dichtnaaien (Nederlands → Esperanto: suturi)

Uitspraak/ˈdɪxtnaj(n)/
Afbrekingdicht·naai·en
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) naai dicht(ik) naaide dicht
(jij) naait dicht(jij) naaide dicht
(hij) naait dicht(hij) naaide dicht
(wij) naaien dicht(wij) naaiden dicht
(gij) naait dicht(gij) naaidet dicht
(zij) naaien dicht(zij) naaiden dicht
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) dichtnaaie(dat ik) dichtnaaide
(dat jij) dichtnaaie(dat jij) dichtnaaide
(dat hij) dichtnaaie(dat hij) dichtnaaide
(dat wij) dichtnaaien(dat wij) dichtnaaiden
(dat gij) dichtnaaiet(dat gij) dichtnaaidet
(dat zij) dichtnaaien(dat zij) dichtnaaiden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
naai dichtnaait dicht
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dichtnaaiend, dichtnaaiende(hebben) dichtgenaaid

Vertalingen

Engelsseam; suture
Esperantosuturi
Portugeessuturar