Informatie over het woord schorsen (Nederlands → Esperanto: suspendi)

Uitspraak/ˈsxɔrsə(n)/
Afbrekingschor·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schors(ik) schorste
(jij) schorst(jij) schorste
(hij) schorst(hij) schorste
(wij) schorsen(wij) schorsten
(gij) schorst(gij) schorstet
(zij) schorsen(zij) schorsten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) schorse(dat ik) schorste
(dat jij) schorse(dat jij) schorste
(dat hij) schorse(dat hij) schorste
(dat wij) schorsen(dat wij) schorsten
(dat gij) schorset(dat gij) schorstet
(dat zij) schorsen(dat zij) schorsten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schorsschorst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
schorsend, schorsende(hebben) geschorst

Voorbeelden van gebruik

Braddock en zijn manager Joe Gould werden wegens niet verschijnen elk tot een boete van 1000 dollar veroordeeld en voor onbepaalde tijd geschorst.

Vertalingen

Afrikaansskors
Engelshold in abeyance; postpone
Esperantosuspendi
Franssuspendre
Portugeessuspender