Informatie over het woord beschrijven (Nederlands → Esperanto: surskribi)

Uitspraak/bəˈsxrɛɪ̯və(n)/
Afbrekingbe·schrij·ven
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) beschrijf(ik) beschreef
(jij) beschrijft(jij) beschreef
(hij) beschrijft(hij) beschreef
(wij) beschrijven(wij) beschreven
(gij) beschrijft(gij) beschreeft
(zij) beschrijven(zij) beschreven
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) beschrijve(dat ik) beschreefe
(dat jij) beschrijve(dat jij) beschreefe
(dat hij) beschrijve(dat hij) beschreefe
(dat wij) beschrijven(dat wij) beschreefen
(dat gij) beschrijvet(dat gij) beschreefet
(dat zij) beschrijven(dat zij) beschreefen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
beschrijfbeschrijft
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
beschrijvend, beschrijvende(hebben) beschreven

Vertalingen

Engelsinscribe; write upon
Esperantosurskribi
Portugeessobrescrever