Informatie over het woord aanhebben (Nederlands → Esperanto: surhavi)

Uitspraak/ˈanɦɛbə(n)/
Afbrekingaan·heb·ben
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) (ik)
(jij) (jij)
(hij) (hij)
(wij) aanhebben(wij)
(gij) (gij)
(zij) aanhebben(zij)
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) (dat ik)
(dat jij) (dat jij)
(dat hij) (dat hij)
(dat wij) aanhebben(dat wij)
(dat gij) aanhebbet(dat gij)
(dat zij) aanhebben(dat zij)
Tegenwoordig deelwoord
aanhebbend, aanhebbende

Vertalingen

Afrikaansaanhê; dra
Duitsanhaben; aufhaben; darauf sein; tragen; umhaben
Engelswear
Esperantosurhavi
Fransavoir; porter
Italiaansportare
Poolsnosić
Portugeescalçar
Spaansllevar; tener puesto
Srananweri
Thaisสวม; ใส่
Welsgwisgo
Westerlauwers Friesoanhawwe; drage