Informatie over het woord stijgen (Nederlands → Esperanto: supreniri)

Uitspraak/ˈstɛɪ̯ɣə(n)/
Afbrekingstij·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stijg(ik) steeg
(jij) stijgt(jij) steeg
(hij) stijgt(hij) steeg
(wij) stijgen(wij) stegen
(gij) stijgt(gij) steegt
(zij) stijgen(zij) stegen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stijge(dat ik) stege
(dat jij) stijge(dat jij) stege
(dat hij) stijge(dat hij) stege
(dat wij) stijgen(dat wij) stegen
(dat gij) stijget(dat gij) steget
(dat zij) stijgen(dat zij) stegen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stijgstijgt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stijgend, stijgende(zijn) gestegen

Voorbeelden van gebruik

In de stad Jurbarkas steeg het water zelfs ruim acht meter, zodat alle huizen overstroomd werden.

Vertalingen

Afrikaansopgaan; opstap; styg; bestyg
Duitsersteigen; heraufgehen; hinaufgehen; hinaufsteigen; steigen
Engelsascend; climb; go up; mount
Esperantosupreniri
Fransdescendre
Italiaanssalire
Papiamentssubi
Poolsiść w górę
Portugeesascender; subir
Russischподниматься; подняться
Saterfriesklieuwe; stiege
Spaansascender; ascender a; ascender al; montar; subir; subir a
Westerlauwers Friesklimme
Zweedsdala