Information about the word veronderstellen (Dutch → Esperanto: supozi)

Part of speechverb
Pronunciation/vərɔndərˈstɛlə(n)/
Hyphenationver·on·der·stel·len

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) (ik)
(jij) (jij)
(hij) (hij)
(wij) (wij)
(gij) (gij)
(zij) (zij)
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) (dat ik)
(dat jij) (dat jij)
(dat hij) (dat hij)
(dat wij) (dat wij)
(dat gij) (dat gij)
(dat zij) (dat zij)
Past participle
()

Usage samples

Hij veronderstelde dat zij enkele jaren ouder was dan hij.
Ik veronderstel dat u nu hier niet meer wilt blijven, na wat er vandaag is gebeurd.
„Dat is niet onmogelijk”, veronderstel ik.
Pepijn veronderstelde dat deze uit het noorden afkomstig waren.

Translations

Afrikaansmeen; vermoed; veronderstel; onderstél
Catalansuposar
Czechdomnívat se; předpokládat
Danishantage; tro
Englishassume; presume; suppose; take it
Esperantosupozi
Faeroesehalda
Finnisholettaa
Frenchsupposer
Germanannehmen; vermuten; voraussetzen; schätzen
Icelandichalda
Italiansupporre
Latinputare
Papiamentoideá
Polishprzypuszczać
Portugueseadmitir; conjeturar; crer; fazer de conta; pensar; supor
Saterland Frisianfermoudje; foaruutsätte; gisje; ounnieme
Spanishsuponer
Swedishanta
Turkishsanmak
West Frisianergje; fermoedzje