Informatie over het woord gean (Westerlauwers Fries → Esperanto: soni)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hy) giet(hy) gong, gie, gyng
(sy) geane(sy) gongen, giene, gienen, gyngen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
geand, geande(wêse) gongen, gien
Infinitief II
gean

Vertalingen

Afrikaansklink; lui
Catalaansfer soroll; sonar
Deenslyde
Duitsgellen; klingen; läuten; tönen
Engelsresound; sound; strike
Esperantosoni
Faeröersljóða
Finssoida
Fransrésonner; sonner
Hongaarshangzik
Italiaanssonare
Nederlandsgaan; kleppen; klinken; overgaan; slaan
Papiamentszona
Portugeesbater; soar
Saterfriesgälje; galpje; klinge; krietskje; läide
Spaanstocar
Zweedsljuda; låta; tona