Informatie over het woord influisteren (Nederlands → Esperanto: suflori)

Uitspraak/ˈɪnflœʏ̯stərə(n)/
Afbrekingin·fluis·te·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) fluister in(ik) fluisterde in
(jij) fluistert in(jij) fluisterde in
(hij) fluistert in(hij) fluisterde in
(wij) fluisteren in(wij) fluisterden in
(gij) fluistert in(gij) fluisterdet in
(zij) fluisteren in(zij) fluisterden in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) influistere(dat ik) influisterde
(dat jij) influistere(dat jij) influisterde
(dat hij) influistere(dat hij) influisterde
(dat wij) influisteren(dat wij) influisterden
(dat gij) influisteret(dat gij) influisterdet
(dat zij) influisteren(dat zij) influisterden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
fluister influistert in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
influisterend, influisterende(hebben) ingefluisterd

Vertalingen

Duitssoufflieren
Engelsprompt
Esperantosuflori
Portugeesdizer em voz baixa; soprar; sugerir
Saterfriessoufflierje