Informatie over het woord farre (Westerlauwers Fries → Esperanto: farti)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) far(ik) foer, fear
(do) farst(do) foerst, fearst
(hy) fart(hy) foer, fear
(wy) farre(wy) foeren, fearen
(jimme) farre(jimme) foeren, fearen
(sy) farre(sy) foeren, fearen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
farrend, farrende(wêse) fearn
Infinitief II
farren

Vertalingen

Catalaanstrobar‐se
Duitssich befinden
Engelsfare
Esperantofarti
Faeröersdáma; hava tað; kenna seg; vita við
Finsvoida
Fransaller; se porter
Hongaarsérez
Nederlandsgesteld zijn; het maken; varen
Poolsczuć się
Portugeesandar; estar; passar
Saterfriesgunge
Spaansencontrarse; estar de salud