Informatie over het woord verdragen (Nederlands → Esperanto: suferi)

Uitspraak/vərˈdraɣə(n)/
Afbrekingver·dra·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verdraag(ik) verdroeg
(jij) verdraagt(jij) verdroeg
(hij) verdraagt(hij) verdroeg
(wij) verdragen(wij) verdroegen
(gij) verdraagt(gij) verdroegt
(zij) verdragen(zij) verdroegen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verdrage(dat ik) verdroege
(dat jij) verdrage(dat jij) verdroege
(dat hij) verdrage(dat hij) verdroege
(dat wij) verdragen(dat wij) verdroegen
(dat gij) verdraget(dat gij) verdroeget
(dat zij) verdragen(dat zij) verdroegen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verdraagverdraagt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verdragend, verdragende(hebben) verdragen

Voorbeelden van gebruik

Dat zou ik niet kunnen verdragen!
Maar… de waarheid is moeilijk te verdragen.

Vertalingen

Afrikaansly; ondergaán
Catalaanspatir; sofrir
Deensgennemgå
Duitsaushalten; dulden; erdulden; erleiden; ertragen; leiden
Engelsbear; endure; put up with; suffer; sustain
Esperantosuferi
Faeröerslíða
Finskärsiä
Fransendurer; souffrir; subir
IJslandsþola
Latijnpatiri
Maleisderita … menderita
Papiamentssufri; wanta
Poolscierpieć
Portugeesaturar; padecer; penar; provar; sofrer; suportar; tolerar
Saterfriesduldje; ferdreege; liede; uuthoolde
Spaanspadecer; sufrir
Srananpina
Thaisต้อง; ทาน
Tsjechischsnášet; trpět; utrpět
Turksazap çekmek
Westerlauwers Frieslije
Zweedslida