Informo pri la vorto spannen (nederlanda → esperanto: streĉi)

Prononco/spɑnə(n)/
Dividospan·nen
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) span(ik) spande
(jij) spant(jij) spande
(hij) spant(hij) spande
(wij) spannen(wij) spanden
(gij) spant(gij) spandet
(zij) spannen(zij) spanden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) spanne(dat ik) spande
(dat jij) spanne(dat jij) spande
(dat hij) spanne(dat hij) spande
(dat wij) spannen(dat wij) spanden
(dat gij) spannet(dat gij) spandet
(dat zij) spannen(dat zij) spanden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
spanspant
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
spannend, spannende(hebben) gespannen

Uzekzemploj

Hij spande zijn boog en schoot een pijl dwars door de borst van een van de mannen die op De Bracy’s aanwijzingen steenbrokken losmaakten om er Cedric en de Zwarte Ridder onder te bedelven.

Tradukoj

afrikansoopwen; uitrek
anglastrain; stretch; tighten
danatrække op
esperantostreĉi
feroaspenna; toyggja
finnajännittää
francabander; raidir; remonter; serrer; tendre
germanaanspannen; anziehen; aufziehen; ausspannen; spannen; straffen
hispanaamartillar; atirantar; dar cuerda; tensar
italacaricare
katalunablegar; estirar; flectir; prèmer; tesar; tibar
polanapinać
portugalaapertar; armar; dar corda; engatilhar; entesar; esticar; retesar
saterlanda frizonaanhiesje; diene; räkke; sponne; sträkke; uutdiene; uuträkke