Informatie over het woord briko

Basis

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Afbrekingbrik·o

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefbrikobrikoj
Accusatiefbrikonbrikojn

Vertalingen

Afrikaansbaksteen
Catalaansmaó
Deensmursten
DuitsBackstein; Riegel; Ziegel; Ziegelstein
Engelsbar; brick; briquette; cake; ingot; piece; pig
Faeröersmúrsteinur
Fransbrique
Grieksπλίνθος; τούβλο
Hongaarstégla
IJslandsmúrsteinn
Italiaansmattone
Latijnlater
Nederlandsbaksteen; bouwsteen; reep; steen; stuk; tichel
Noorsmurstein
Papiamentsklenko; klenku
Portugeestejolo; tijolo
Russischкирпич
SaterfriesÄsterke; Baksteen
Spaansladrillo
Tsjechischcihla
Turkstuğla
Westerlauwers Friesbakstien
Zweedstegelsten